Ontwikkelleed

Als je bedenkt hoe veel er bij het ontwikkelen van foto´s mis kan gaan, is het een wonder hoe vaak het eigenlijk goed gaat. Nu zijn de meeste ontwikkelrampen natuurlijk ook gewoon een kwestie van slordigheid, maar toch. Er zijn ook ontwikkelweetjes die ik door schade en schande heb geleerd. Van je fouten moet je leren is het gezegde. Nou, ik heb de afgelopen jaren heel veel geleerd… Ter lering en vermaak hier een bloemlezing van ontwikkelfouten die ik in de loop der tijd heb gemaakt.

En dan ben ik nog wel in het bezit van een Jobo AT 1500 autolab, een ontwikkelmachine die zorgt voor de goede temperatuur, timing en agitatie. Je hoeft alleen maar je chemicaliën te mengen, in de goede flessen van het apparaat te gooien, en het goede programma te kiezen. Een kind kan de was doen. Toch kan er dan nog steeds een hoop misgaan, zoals ik door schade en schande heb geleerd.

Negatieven aan elkaar geplakt

Op een ontwikkelspoel passen twee 120 rolletjes. Maar als je een beetje zit te harken, en het scheidingsflupje op de spoel niet goed dichtdrukt tussen de rolletjes, dan kunnen ze wat overlappen op de spoel. Dan plakken ze bij het ontwikkelen op elkaar, worden ze niet goed door de chemie bedekt en ontstaan er niet goed ontwikkelde plekken.

De Fixeer vergeten

Ik ontwikkelde een rolletje, en zag na afloop dat de fles met fixeer nog open stond en vol was. Leermoment: als de fles nog open is, gebruikt de Jobo hem niet. Gelukkig bleek het geen kwaad te kunnen. Ik heb het programma nog een keer gedraaid zonder de andere chemie en met alleen de fixeer, en de foto’s zijn er goed uitgekomen.

Dartmoor

Praktica MTL3 met Lomography X Tungsten 64.

Chemie te koud bewaard

Op een gegeven moment werden al mijn foto’s donker en nogal groen. Wat rondvragen op internet bracht me tot de conclusie dat al aangelengde fotochemie niet zo goed tegen kou kan. In plaats van in de schuur bewaar ik het nu dus vooral ’s winters maar in de kelder, waar het warmer is. Dat helpt.

Dierenpark Amersfoort

Praktica MTL3 met Agfa Vista 400.

Op 24 °C ontwikkeld in plaats van op 38 °C

Dit realiseerde ik me toen de Jobo wel erg snel klaar was met zijn programma. Normaal duurt het langer om op te warmen naar 38 graden. Ik had dus per ongeluk op een knopje gedrukt en de temperatuur van 38 °C (de juiste temperatuur om C-41 te ontwikkelen) naar 24 °C (de temperatuur voor zwart-wit) gezet. Interessant om te zien hoe verschillende soorten film daarop reageren: de gewone kleurenfilm trok het wel – de kleuren misschien een tikje bleek, maar niks dramatisch. De Rollei Crossbird in de zelfde ontwikkeltank trok het niet. Die foto’s lijken wel extreme redscale. Best mooi bij sommige, niet echt geweldig bij andere, hoe dan ook niet wat de bedoeling was.

Zandfoort aan de Eem

Agfa Iso Rapid met Agfa Vista 200 film.

Nigella

Praktica MTL3 met Rollei Crosbird.

Diana Mini met Lomography X Tungsten 64.

Mijn chemie te vaak hergebruikt

Normaal gesproken kun je fotochemie twee of drie keer gebruiken voordat hij niet meer werkt. Het hangt een beetje af van de iso van je film, hoeveel films je ontwikkelt, hoe je je chemie opslaat, etc. Genoeg mogelijkheden om het te verpesten… Met een van mijn rolletje dacht ik aanvankelijk dat de foto’s totaal onderontwikkeld waren, de negatieven waren compleet doorzichtig. Toen ik er toch eentje scande bleek er nog wel wat op te staan, alleen erg, erg dunnetjes. Ikk heb in elk geval nog iets voor de moeite.

Lyngen, Noorwegen

Diana Mini met Lomography X Tungsten 64.

Gelukkig is het niet altijd zo dramatisch. Meestal worden het gewoon nogal modderige kleuren. Inmiddels gebruik ik mijn chemie gewoon nog maar twee keer. Misschien niet de meest economische methode, maar het scheelt een hoop teleurstelling.

Niet genoeg chemie

Ook weer eentje die ik me pas na afloop realiseerde: voor 120 film gebruik ik een grotere tank, waar 250 ml chemie in moet in plaats van de 170 die in de kleine tank gaat. Ik had me vergist en en maar 170 ml ingegoten. Gelukkig werkte het met 170 ml ook, al is het contrast misschien een beetje te groot geworden (maar dat kan ook aan wat anders liggen).

Schotland

Spinner 360 met Kodak TMax 400.

Oude fixeer gebruikt

Verschillende keren kreeg ik rare melkachtige afzettingen op mijn film, te veel om kalkafzetting van het kraanwater te zijn. Uiteindelijk kwam ik erachter dat dat waarschijnlijk aan te oude fixeer lag.

pont

Horizon Perfekt met Ilford FP4+.

Aanhoudende 110 drama’s

Het ontwikkelen van 110 film is een soap op zich geworden voor mij. Aanvankelijk had ik geen ontwikkelspoel en slingerde de film los door een grote tank, met  aan elkaar geplakte film tot gevolg. Inmiddels heb ik wel een spoeltje aangepast tot 110-spoel, maar echt geweldig werkt het nog steeds niet. Vaak lijkt de film niet goed bedekt te worden door de chemie waardoor er slecht ontwikkelde plekken op de film komen. Ik heb het een beetje opgegeven met 110, alleen heb ik nog wat rolletjes liggen. Af en toe probeer het maar weer eens, met wisselend succes.

Duitsland

Pentax Auto 110 met Lomography Tiger 200.

Friesland

Agfamatic 2000 met Lomography Orca 100.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s