Scannen

Sinds ik zelf een negatiefscanner kocht is er een wereld voor me open gegaan. Het belangrijkste voordeel is natuurlijk dat ik niet langer afhankelijk ben van de locale fotoboer om mijn foto’s te zien te krijgen. Ik ontwikkel ze zelf, en scan de negatieven dan in. Gaat dat niet helemaal goed, dan is het in elk geval helemaal mijn eigen schuld, en dat is een stuk prettiger dan dat het niet helemaal goed gaat buiten mijn schuld om. Bovendien kan ik nu ook zonder gedoe negatieven in rare formaten scannen, uit de spinner, of de snippers uit mini-pinholecameraatjes. Allemaal erg fijn.

 

Spinner 360 met Lomography X-Pro Slide 200.

Heel lang negatief dat ik gewoon met sprockets en al kan scannen. Spinner 360 met Lomography X-Pro Slide 200.

Maar het scannen is nog wel iets dat bij mij een beetje met vallen en opstaan gaat. Het streven is om een rolletje een beetje consistent in te scannen, met niet al te veel digitale bewerking, maar ook weer wel zo veel dat de foto er goed uitziet. Waar bij ‘er goed uitzien’ nogal verschilt per rolletje. Scannen heeft nogal wat invloed op het digitale eindresultaat.

De bij de scanner (een Epson V500 Perfection in mijn geval, waar ik erg tevreden over ben) geleverde software helpt om zaken als kleurcorrectie en verscherping tijdens het scannen aan te pakken. Als je negatieven scant, maak je eerst een low-res voorbeeld. Dat ziet er vaak afgrijselijk uit, maar als je op de knop ‘automatische kleurcorrectie’ drukt wordt de foto meestal al een heel eind in de goede richting gecorrigeerd. Soms is het prima zo, maar vaker speel ik nog wat met de instellingen, met name het histogram, het contrast en de helderheid.

Dat is een vrij subjectieve bezigheid, want hoe de foto goed is, hangt nogal van mijn bui af. Zo natuurlijk mogelijke kleuren? Knallende x-pro-kleuren? Lichter? Donkerder? En wat is precies de natuurlijk kleur van de aarde in mijn tuin? Soms denk ik een aantal foto’s precies hetzelfde te bewerken, om pas als ze daarna naast elkaar in een map staan te zien dat ze toch een heel andere kleurtoon hebben.

Yashica 109 met Lomography CN 400.

Zelfde tuin, zelfde dag, zelfde rolletje. Yashica 109 met Lomography CN 400.

Yashica 109 met Lomography CN 400.

Zelfde tuin, zelfde dag, zelfde rolletje. Yashica 109 met Lomography CN 400.

Sommige foto’s zijn ook lastiger dan andere. Zo vind ik het erg lastig om food foto’s goed te scannen, zodat het eten er ook nog smakelijk uit ziet. Vooral groen is lastig, helemaal in combinatie met rood (aardbeien, tomaten, etc.). Daar zit ik nog wel eens per kleurkanaal op te pielen, beetje meer groen, wat minder rood, het blauw wat ophalen, of toch andersom… Voor ik daar echt goed in ben zal ik nog heel wat moeten oefenen. Ook het andere uiterste, de kleurverschuivingen van gecrossproceste foto’s, valt nog niet mee. Ik wil niet al te veel aanpassen, maar het moet natuurlijk wel een beetje de x-pro look hebben, en dan ook nog op een mooie manier (dus liever niet met een egaal paars zweem erover of zo). Ook daar zit ik vaak per kleurkanaal aan het histogram te schuiven om precies de goede mate van kleurverschuiving te krijgen.

Minolta XG-1 met Kodak Gold 200.

Het tomatensteeltje kreek ik niet helemaal goed qua kleur. Minolta XG-1 met Kodak Gold 200.

Alles bij elkaar ben ik stuk meer tijd kwijt aan het scannen van mijn foto’s dan aan het ontwikkelen. En om het echt goed te doen zou ik er eigenlijk nog meer tijd aan moeten besteden. Lastig, want vaak ben ik zo nieuwsgierig naar mijn foto’s dat ik het zo snel mogelijk wil doen. Toch neem ik me steeds weer voor om nu echt de tijd te nemen. Bij het volgende rolletje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s