12 maanden, 12 projecten: Maart – Pushing en pulling

Afgelopen maand ging ik weer eens wat hardcore analoge fotografiedingen uitproberen: pushen en pullen. Ofwel, onder- en overbelichting compenseren door een langere of kortere ontwikkeltijd. Dat kan handig zijn als je bijvoorbeeld alleen maar 100 iso film hebt terwijl er weinig licht is, of je hebt per ongeluk je 800 iso film als 200 iso belicht. Door pushen (langer ontwillelen) of pullen (korter ontwikkelen) is het mogelijk om toch nog een acceptabel resultaat te krijgen. Of je doet het juist om expres om een bepaalde look te krijgen.

Goed, dat is nog allemaal wat hoog gegrepen voor mij, ik ging het eerst maar eens een keertje gewoon uitproberen. In een oud boekje van de Kringloopwinkel, 400 doka-tips, vond ik een aardig experiment om hiermee te spelen. Het idee is als volgt.

  • Maak een serie foto’s van hetzelfde onderwerp: 2 stops onderbelicht, 1 stop onderbelicht, correct belicht, 1 stop overbelicht en 2 stops overbelicht. Herhaal dit een keer of wat, met een paar (herkenbaar) loze foto’s ertussen. Het boekje zei 5, maar ik vond 3 al wel mooi.
  • Knip nu de film (in het donker uiteraard) in drie stukken. Vandaar de loze foto’s tussen de series, dan heb je wat meer speling om op de tast je series intact te houden bij het knippen.
  • Ontwikkel nu één strook 1 stop te kort, één strook volgens het boekje, en één strook 1 stop te lang.

Op het resultaat kun je dan mooi het verschil zien tussen overbelicht en onderontwikkeld, en onderbelicht en overontwikkeld, en alle combinaties daartussen.

Zo gezegd, zo gedaan. Min of meer. Toen ik drie camera’s (één om te pushen, één om te pullen, en één als default) had volgeladen met 400 iso film, kwam ik erachter dat mijn camera’s maar tot 800 iso gingen, 1 stop overbelicht dus. Het werden dus series van 4. Ook zag ik na ontwikkelen dat ik bij de eerste strook niet helemaal goed had geknipt, waardoor ik ook nog een foto miste.

Ik gebruikte camera’s met instelbare iso en automatische sluitertijden, namelijk de Minolta AF-C, de Olympus XA en de Olympus Trip 35. Behalve de teststroken, schoot ik ook nog steeds een half rolletje vol met andere foto’s, om ook een meer divers resultaat van push en pull te kunnen zien. De ontwikkeltijden haalde ik van de massive dev chart, met compensatietijd voor continue agitatie. Als volgt:

PULL
Minolta AF-C
Lady Grey 400 (TMax)
belicht op 200 iso (= 1 stop overbelicht)
ontwikkeld: 2.40 min op 24° (1 + 25, Adox Adonal)
stop: 1 min (water + scheutje azijn)
fix: 6 min (1 + 9 Rollei rapid fix)

Pulling. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 200 iso, ontwikkeld op 200 iso. Minolta AF-C.

Pulling. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 200 iso, ontwikkeld op 200 iso. Minolta AF-C.

GEWOON
Olympus Trip 35
Lady Grey 400 (TMax)
belicht op 400 iso
ontwikkeld: 2.50 min op 24° (1 + 25, Adox Adonal)
stop: 1 min (water + scheutje azijn)
fix: 6 min (1 + 9 Rollei rapid fix)

Normaal ontwikkeld. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 400 iso, ontwikkeld op 400 iso. Olympus Trip 35

Normaal ontwikkeld. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 400 iso, ontwikkeld op 400 iso. Olympus Trip 35

PUSH
Olympus XA
Lady Grey 400 (TMax)
belicht op 800 iso (= 1 stop onderbelicht)
ontwikkeld: 2.50 min op 24° (1 + 25, Adox Adonal)
stop: 1 min (water + scheutje azijn)
fix: 6 min (1 + 9 Rollei rapid fix)

Pushing. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 800 iso, ontwikkeld op 800 iso. Olympus XA

Pushing. Lomography Lady Grey 400, geschoten op 800 iso, ontwikkeld op 800 iso. Olympus XA

NB: normaal bij push is langer ontwikkelen, maar bij TMAX is 1 stop push dezelfde tijd als normaal.

Het resultaat is een serie heel acceptabele foto’s. Alleen, ik zie niet echt heel veel verschil. Misschien dat de gepushte foto’s ietsje contrastrijker zijn dan de gepullde, maar echt heel duidelijk is het effect niet.Als ik alle scaninstellingen op dezelfde standaardsetting laat staan zie je wel de de gepullde foto’s wat lichter zijn dan de gepushte, maar als je dan wat tweakt (wat ik altijd wel doe bij het scannen), vallen die verschillen eigenlijk vrijwel weg. Misschien moet ik het experiment nog eens herhalen met 2 stops langer en korter ontwikkelen, dat het dan duidelijker is.

Wat ik in elk geval wel heb geleerd, is dat je niet snel een rolletje Lady Grey verpest als het op ontwikkeltijd aankomt. Deze ontwikkeltijden waren allemaal keurig volgens het boekje, met rotatiecompensatie en alles. In het verleden gebruikte ik altijd een standaard ontwikkeltijd (zonder compensatie, en een beetje gegokt omdat mijn vorige ontwikkelaar/film-combinatie niet altijd in de dev chart stond), en dat ging eigenlijk ook altijd goed (mits ik geen verlopen ontwikkelaar gebruikte – wat helaas elke fles wel een keer voorkomt, ik moet duidelijk meer zwart-wit schieten).

Niet het spannendste resultaat dus, maar toch zeker waard om nog eens vaker mee te experimenteren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s